|
In een afscheidsgesprek als VKW-voorzitter reflecteert Guido Beazar vrijuit over ondernemerschap en wat ondernemers drijft, samen met zijn opvolger, Herman Van de Velde. We beginnen het gesprek met wat Guido Beazar zes jaar geleden reeds sterk beklemtoonde in de Ondernemen van toen: het belang van waarden en een bedrijfscultuur gebaseerd op waarden. Hebben beide voorzitters het gevoel dat die boodschap overkomt?
De crisis
Guido Beazar: “Als ik zeg ‘waarden’ gaat het mij en VKW niet om de grote ideologie, maar over in de praktijk gebrachte principes. VKW heeft zijn charter in die zin verduidelijkt. Ik zou tevreden kunnen vaststellen dat VKW daarmee vooropliep in een algemene trend die we ook internationaal zien. Alleen leert de crisis dat het dikwijls blijft bij loze kreten.” Herman Van de Velde: “Ik zie deze crisis als een gevolg van een uitwas van het kapitalisme, van een soort ongebreideld kapitalisme dat de mens louter reduceert tot een rationele homo economicus. Als ondernemer ben ik uiteraard een vurig verdediger van het vrije marktmechanisme maar ik besef ook dat markten moeten gecorrigeerd en bijgestuurd worden. Ik verzet mij ook tegen een soort neo-liberale doctrine die de mens herleidt tot een rationeel wezen dat keuzes maakt enkel op basis van eigenbelang. Keuzes hangen niet enkel af van economische variabelen zoals vraag en aanbod, maar hebben ook een waarden-aspect.”
Ethiek
Herman Van de Velde: “Ik denk in dat verband dat we bij VKW nog meer de aandacht moeten vragen voor het ‘waarom’, eerder dan voor het ‘hoe’. Ignace Van Doorselaere (mede-CEO bij Van de Velde) noemt dat ‘performance ethics’: je moet resultaten neerzetten, maar niet op gelijk welke manier. Niet enkel wat je doet, maar ook het ‘waarom’. We hebben binnen Van de Velde ooit een oefening gedaan rond een van de moeilijkste beslissingen in onze bedrijfsgeschiedenis: de sluiting, twee jaar geleden, van een Hongaarse vestiging. Er werkten 350 mensen en het draaide niet slecht, maar binnen de groep was het niet optimaal om het te behouden. We hebben de beslissing achteraf nog eens getoetst in een soort workshop, overigens onder begeleiding van Rik De Wulf (inmiddels bij VKW Metena aan de slag als researcher op het vlak van ethiek).” Guido Beazar: “Mij stoort in dat verband overigens hoe simplistisch de buitenwereld soms reageert. Alsof je per se onethisch bezig bent zodra je een bedrijf sluit of mensen afdankt. Het is allemaal niet zo simpel. Ik denk dat de kwestie veel meer ligt bij de manier waarop je die zaken dan uitvoert. Ik verstop niet dat ik me gestoord heb aan sommige ondernemers en de manier waarop ze tijdens de crisis spraken over afdankingen en hoe ze wat extra gingen bezuinigen onder het mom van de crisis. Maar de meeste ondernemers hebben afgeslankt met pijn in het hart en hebben er gewetensvol over nagedacht.” Herman Van de Velde: “Minstens even belangrijk als wat je doet is inderdaad de manier waarop je die zaken uitvoert, communiceert, opvolgt… Toen we onze Hongaarse activiteit sloten, heb ik er geen personeelsdirecteur naartoe gestuurd. Ik ben zelf gegaan en heb de ruim 350 betrokkenen uitgelegd wat er zou gebeuren, waarom we dat deden, welke mogelijkheden we hen boden in België… Ik kan zeggen dat ik me goed voelde bij die op zich harde beslissing. Ik heb al heel mijn carrière ondervonden dat je mensen mee krijgt als ze het gevoel hebben dat ze goed en correct geïnformeerd en behandeld werden.”
Ondernemerschap
Guido Beazar: “Ik vrees dat de crisis niet enkel het imago van de financiële sector, maar ook van alles wat met ondernemerschap te maken heeft, geen deugd gedaan heeft. Het imago van de ondernemer blijft naar mijn aanvoelen erg belabberd. Nog altijd vindt het brede publiek het evident dat er aanwervingen zijn, reacties in de vorm van banbliksems komen er pas als er afdankingen komen. Ik denk dat sowieso al een minderheid de ‘roeping’ heeft. Blijkbaar voelen maar weinig individuen bij ons de drang om hun eigen ding te doen, liever dan in een structuur verantwoording af te leggen aan een baas. Je moet daar trouwens een stuk onzekerheid bij nemen.” Herman Van de Velde: “Ik ben minder geneigd om te denken dat je als het ware als ondernemer geboren wordt. Ik geloof dat onze opvoeding van onze ouders, ons onderwijssysteem en ons maatschappelijk beeld sterker doorwegen. In Aziatische culturen zie je duidelijk meer ondernemershap. Men zegt wel eens dat je de ontwikkeling van een land kan afmeten aan de sterkte van de aanwezigheid van Chinezen.”
Succes en geld
Herman Van de Velde: “Dikwijls is dat ondernemerschap ook wel sterk geldgedreven. Ik herken het niet onmiddellijk bij mezelf, maar kan niet ontkennen dat nogal wat succesvolle ondernemers sterk materieel en geldgedreven zijn. Trouwens het streven naar materiële verbetering is niet verkeerd en is waarschijnlijk de belangrijkste hefboom van economische vooruitgang, het mag alleen geen doel op zich zijn waar alles moet voor wijken.” Guido Beazar: “Wat het materiële betreft, kan je wellicht aannemen dat het een graadmeter is voor succes, maar bij mezelf heb ik in ieder geval toch vastgesteld dat ik altijd wel kritisch keek naar hoe mijn baas de dingen aanpakte en dat ik de neiging had om het anders te gaan doen. Ik heb dan ook voor mezelf besloten dat ik het zelf beter kon (Guido Beazar startte met zijn broer Compex in 1985). Dat zat er echt wel aan te komen. Ik zie het ook bij mijn dochter. Maar het klopt ook dat de omgeving bij ons inderdaad eerder remmend werkt op ondernemende types die eventueel hun eigen ding zouden willen doen. In elk geval beklaag ik ook degenen die het vooral doen om het materiële, want het beklijft niet en is niet duurzaam. Bovendien denk ik dat de focus op financieel succes niet het optimale klimaat schept voor echt goede resultaten. Daarvoor zijn andere zaken belangrijker die te maken hebben met een zekere bedrijfscultuur. Ik herhaal graag de woorden die een ondernemer mij ooit toevertrouwde: “De jaren waarin ik me te sterk en eenzijdig concentreerde op het financiële, zijn achteraf gezien die waarin ik het slechts boerde.” Herman Van de Velde: “Ik denk dat ook, maar beslissen om een eigen zaak te starten doe je toch ook niet met ergens een langetermijnvisie. Misschien dat je na verloop van tijd verder gaat denken omdat je begint na te denken over continuïteit, maar is de allereerste drijfveer niet op veel kortere termijn?” Guido Beazar: “Voor mij primeerde toch de drang om mijn eigen ding te doen. Veel starters beginnen toch ook uit ontevredenheid met hun baas, ook wel omdat ze iets zoeken op de markt dat ze niet vinden. En daar willen ze dan zelf voor zorgen. Iets realiseren, zelfrealisatie… Geld speelt daar denk ik nog een mindere rol. Al komt de nood aan financieel succes wel snel naar boven, want dat is uiteraard nodig om het project verder te zetten.”
Erfgoed
Herman Van de Velde: “Voor mij lagen de zaken nog anders. Het is helemaal niet zeker dat ik een bedrijf zou gestart hebben als ik er niet in geboren was. Het pure ondernemerschap lag wellicht meer bij mijn broer (Karel), de zorg voor de lange termijn en continuïteit wellicht wat meer bij mij. We waren dan ook heel complementair, waarbij mijn broer eerder de nieuwe initiatieven zou nemen; ik zette de structuren voor de continuïteit op. Ik heb heel sterk het gevoel dat ik iets in pacht gekregen heb dat ik moet kunnen doorgeven. Ik kan me voorstellen dat jij, Guido, iets gestart hebt en meer als het ware het recht hebt om daarvan afstand te doen zonder meer. Een hoofdstuk dat dan ook afgesloten is. Dat kan ik me met Van de Velde niet voorstellen.” (Guido en Wim Beazar verkochten Compex in 2001) Guido Beazar: “Ja, en wat daar ook speelt is dat je op een bepaald moment een bedrijf uitbouwt en daar wat aan vast komt te zitten. Je hebt een zekere verantwoordelijkheid en paradoxaal genoeg doe je niet meer wat je wil, en daar was het eigenlijk in het begin om te doen. Het bedrijf verkopen wordt daar een stukje je eigen vrijheid weer kopen.”
Passie
Herman Van de Velde: “Wat ik al die jaren heb zien evolueren bij ons en in andere bedrijven, is een vermindering van de onvoorwaardelijke werklust. Ik zie meer hang naar comfort. Voor jonge mensen lijkt werk een kleiner deel in hun leven te zijn dan vroeger. Dat is een probleem voor een bedrijf, want we hebben creativiteit nodig en dat vereist dan weer een hoge mate van betrokkenheid. Er is niet alleen nood aan entrepreneurship, maar ook aan intrapreneurschap.” Guido Beazar: “Je kunt ook hier weer de parallel trekken met China. Dirk Collier, secretaris-generaal van Janssen Pharma, vertelde recent dat je in China nog die werklust ziet die je hier twee generaties geleden had. Onze jongeren zijn anders en er valt daar een en ander voor te zeggen. Ze willen meer evenwicht in hun leven en de welvaart vinden ze tamelijk evident. Ik zal hun keuze niet veroordelen, alleen weet ik niet of we met die ingesteldheid ook nog een leidinggevende en materieel welvarende regio kunnen blijven.” Herman Van de Velde: “Veel is een kwestie van organisatie. Ik ben jaren om 17 uur naar huis geweest om de kinderen op te vangen. Zodra mijn vrouw dan thuis kwam en overnam, kon ik makkelijk terug naar kantoor. Ik denk dat je kunt leven voor je werk en toch een zeker evenwicht behouden. Maar het is anderzijds wel aan onze bedrijven om jongeren uitdagingen te bieden. De laatste publicatie van VKW Metena over ‘disengagement’ toont al een stuk de weg die VKW op dat vlak uit wil gaan. We moeten als werkgever nadenken over de creatie van omstandigheden waarin mensen begeesterd geraken en dat extra stapje zetten.”
Werk als ontplooiing
Guido Beazar: “Iedereen moet zijn eigen toetsing maken. Kijkend naar mijn eigen situatie stel ik ook vast dat mijn kinderen mij niet heel veel gezien hebben, en dat destijds niet prettig vonden. Nu zien ze dat niet meer als iets dat enkel nadelig is, maar dat bijvoorbeeld ook een voorbeeldfunctie inhield. Ik had wel het geluk dat mijn vrouw de opvoedende taken grotendeels overnam. Er is natuurlijk geen universeel recept , behalve wellicht de stelregel dat iedereen er voor zichzelf bewust moet bij stilstaan.” Herman Van de Velde: “Ik denk dat het aan een beweging als VKW is om het belang van werken in het leven van mensen weer op te waarderen. Verliest men niet uit het oog hoe belangrijk werk is in de zelfontplooiing en de sociale contacten? Tegenover de vakbond erken ik dan wel dat het onze verantwoordelijkheid is om daarvoor de juiste omstandigheden te creëren. In deze fase van omschakeling van een industriële naar een dienstenmaatschappij, moeten werkgevers de situatie creëren waarin mensen zich kunnen ontplooien en méér dan tevreden zijn, want tevreden is niet genoeg. Mensen moeten enthousiast en gepassioneerd zijn. Het is als mensen ergens enthousiast voor zijn dat ze creatief zijn en zich extra inzetten.” Guido Beazar: “En daar kunnen we belangen van werkgevers en werknemers ook weer samen brengen. Je bent er, als werkgever, op termijn niets mee om mensen harder te doen werken als je geen positief klimaat hebt waarin plaats is voor enthousiasme, want dat is dan weer nodig voor de creativiteit. Streef eerder naar welzijn en de welvaart volgt vanzelf.” |
Volg ons:

Deze pagina delen: