|
Media en beleidsmakers vallen over elkaar heen als Opel of Janssen Pharmaceutica besparen of desinvesteren. Het brede publiek verneemt helaas minder over een spin-off van laatst vermelde groep die ondertussen naar de beurs ging. Neemt Movetis in de stille Kempen ooit de fakkel over van dokter Janssen? We vroegen het aan CEO Dirk Reyn.
Wat bezielde een manager met een mooie carrière om het risico te nemen als entrepreneur in een biotechbedrijf? Dirk Reyn: “Ikzelf en mijn drie partners kennen het beproefde model van een spin-off bedrijf en we weten dat we goede producten hebben. Het blijft natuurlijk nog altijd een afweging om een huis van vertrouwen achter te laten, maar ook onze investeerders hebben in dit model al successen geboekt. Binnen Janssen zocht ik ook steeds naar uitdagingen. Ik heb een aantal globale projecten mogen doen, waar men zeer snel moest inspelen op opportuniteiten. En ook tijdens mijn laatste job van business development moest ik over de hele wereld gaan scouten, opportuniteiten zoeken, onderhandelen… Deze rol ligt me wel en mijn leerschool bij Janssen en daarvoor bij Ely Lilly gaven me het vertrouwen en de noodzakelijke bagage.” Spin-offJullie starten met een portefeuille producten waarin Johnson & Johnson zelf niet wenst te investeren. Zijn dat dan geen ‘afdankertjes’? Dirk Reyn: “Elk bedrijf heeft beperkte middelen en moet prioriteiten stellen. Johnson & Johnson wil zich gaan toespitsen op, onder andere, ziektes van het centraal zenuwstelsel en de behandeling van kanker en AIDS. Men evalueert op regelmatige tijdstippen de portefeuille aan ontwikkelingen en selecteert wat verder intern ontwikkeld wordt. Op een bepaald moment stelde JNJ management dat men eigenlijk beter een resem producten kon clusteren in een nieuw bedrijf rond maag- en darmproducten omdat de interne prioriteiten anders waren. Tegelijk wist men dat er in de buitenwereld, vooral bij durfkapitaalfondsen, een zeer grote interesse is voor dergelijke spin-off projecten.” Vanwaar die aandacht? Dirk Reyn: “Vertrekken met producten ontwikkeld binnen de schoot van een groot bedrijf, goed gefundeerd qua patentbescherming en omkaderd met specialisten en knowhow, dat geeft een vliegende start. Voor grote groepen verwacht de markt elk jaar 10% groei in omzet, dat kan niet anders dan met een aantal zeer grote projecten. Binnen ons model is dat anders. Bij Roche is het ons ooit voorgedaan met veel succes. Die spin-offs zijn nu allemaal volwaardige bedrijven geworden in een bepaalde niche, die zeer winstgevend zijn en die nieuwe producten produceren.” BeursgenoteerdSedert december noteren jullie op Euronext. Is het voor de hand liggend dat een bedrijf dat nog geen winst maakt, naar de beurs gaat? Dirk Reyn: “De logica is dat wij de ambitie hebben om een bedrijf uit te bouwen. Wij hebben van Johnson & Johnson rechten of licenties op producten verworven en hebben er al één goedgekeurd gekregen met een minimale investering. Dat gaan we nu commercialiseren, maar ook verder ontwikkelen in andere indicatiegebieden. De kapitaalsnoden voor die ontwikkelingen en om het bedrijf naar een volgend stadium te brengen, zijn aanzienlijk. Weer met privégeld werken, was door de crisis een minder aantrekkelijk alternatief. De beschikbare fondsen en de waarderingen waren te beperkt. Alle aanwezige investeerders hebben overigens bijgeïnvesteerd. Niemand heeft de IPO gebruikt als exit. Dat is ook omdat wij als bedrijf al een aantal zaken gerealiseerd hebben op korte termijn. In januari verkregen we o.a. een taxruling die ons erkent als innovatief bedrijf, wat ons een voordelig belastingstarief oplevert voor de inkomsten die we gaan krijgen. Er zijn trouwens wel meer kleinere biotechbedrijven beursgenoteerd, maar voor zover ik weet zijn we samen met TiGenics de enige met een goedgekeurd product. Wij hebben het in Duitsland gelanceerd en hebben nu onze eerste inkomsten.” Wat is het potentieel van dat ene product? Dirk Reyn: “Zonder echt specifieke verkoopsverwachtingen te geven, kan ik wel zeggen dat de markt voor zware chronische constipatie geschat wordt op een 900 miljoen euro tegen prijzen waarvan we denken dat ze zullen goedgekeurd worden. Het deel dat Movetis er zal van halen, is natuurlijk onze uitdaging. Maar het zijn behoorlijke bedragen. Vergelijkbare producten die ongeveer op dezelfde manier werken en al op de markt waren voor constipatie en andere aanverwante indicaties, haalden wereldwijd meer dan 1 miljard dollar.” TalentBedrijven zoals Movetis zorgen voor innovatieve activiteit in België. Zitten het beleid en de omgeving mee? Dirk Reyn: “Zeker, al vind ik dat farma nog meer een speerpunt moet worden. We zijn een klein bedrijf, maar we zitten hier met mensen met een loopbaan op wereldniveau. Wij werken nu met bedrijven uit India, uit verschillende Europese landen, uit Amerika. De stimuli zijn zeer belangrijk. Ook als signaal voor investeerders. Belangrijk is de wet uit 2007 die een verlaging toekent op de vennootschapsbelasting voor inkomsten gegenereerd uit intellectuele eigendom. Ook de vermindering op de werknemersbijdrage voor wetenschappers, scheelt een slok op een borrel.” Nogal wat veelbelovende technologiebedrijven ontstaan doordat het talent aanwezig is? Dirk Reyn: “Ook dat speelt. De mentaliteit in Vlaanderen en onze doorgedreven interesse voor gezondheidszorg, zijn een pluspunt. Onze gezondheidszorg is een goed kader, de bereidwilligheid van geneesheren om mee te werken aan de ontwikkeling van geneesmiddelen is goed. We hebben hier natuurlijk al een aantal bedrijven zoals UCB, Glaxo en Janssen , maar ook al een heel interessante pool van kleinere bedrijven . Rond Janssen zijn een aantal spin-off bedrijven gegroeid zoals Barrier en Tibotec, we hebben TiGenix, en in Gent zitten er een aantal zeer mooie bedrijven rond het Vlaams Instituut voor Biotechnologie, zoals Ablynx, Devgen of Actogenix. Ook rond de K.U.Leuven verzamelen zich zeer goede wetenschappers. Dat geeft een goede cocktail die niet zomaar ontstaat. Ik weet dat men in Nederland iets gelijkaardigs geprobeerd heeft, maar het bleek daar niet evident.”
Dirk Reyn en zijn medestichtersDirk Reyn was verschillende jaren Head of International Strategic Marketing for the Gastrointestinal Franchise bij Johnson & Johnson en ook lid van verschillende Global Development Teams bij Janssen Pharmaceutica. Daarvoor deed hij tien jaar ervaring op als sales manager bij Eli Lilly. Zijn recentste functie bij Janssen Pharmaceutica was VP New Business Development. Ook zijn drie medestichters komen uit de Janssen-stal. Jan Schuurkes was hoofd van Discovery en Pharmacologie bij Janssen. Hij is de man die o.a. Motilium en Prepulsid mee ontdekt heeft. Remi Van den Broeck werkte vroeger bij Janssen, maar had al een eigen bedrijf opgericht dat hij ondertussen verkocht. Staf Van Reet tenslotte is eigenlijk de voormalige president van de Janssen Research Foundation en “een beetje een icoon in Vlaanderen wat betreft biotech en investeringen.” Hij zit de Raad van Bestuur voor. (JC) |
Volg ons:

Deze pagina delen: