| De verdachte hand van Adam Smith |
| Geschreven door Goele Geeraert |
|
Het tumult op de financiële markten haalde heel wat verstokte socialisten uit hun winterslaap. Adam Smiths ‘onzichtbare hand’ maakt er een zootje van, zo roepen ze in koor. Voor VKW Metena worden belangrijke aspecten van Smith over het hoofd gezien. Een auteur als Bruno Comer pleit dan weer voor een ‘Aristoteliaanse correctie’. Mensen die in vrijheid handelen uit eigenbelang zullen in bepaalde omstandigheden tegelijk maximaal bijdragen tot de algemene welvaart, overigens zonder dat ze dat beseffen of zo bedoelen. Deze parafrase van een passage komt uit Adam Smiths ‘Wealth of Nations’, met daarin ook de beroemde passage “en als het ware geleid door een onzichtbare hand (…) bereikt hij een resultaat dat hij nooit bedoelde.” Er wordt de laatste jaren steeds meer naar verwezen door zowel voor- als tegenstanders van de vrijemarkteconomie. “Nochtans schreef Smith nog wel meer dan dat”, zo betoogt Johan Van Overtveldt in een Metena Beleidsnota. Achttiende eeuwAuteur Bruno Comer pleit voor een situering van Smith in de tijd dat de man schreef en werkte: de achttiende eeuw. “Hij reageerde tegen de armoede, het protectionisme en de eeuwenoude godsdienstoorlogen waarmee de samenleving toen worstelde”, zo stelt Bruno Comer. Voor de auteur van ‘Kapitalisme zonder cijfers’ is het belangrijk dat we dat beseffen. “Smith zag de mens als een wezen dat altijd meer wil verdienen en meer wil uitgeven.” Op basis van dat mensbeeld en tegen die maatschappelijke achtergrond ging hij op zoek naar een betere wereld. “In de vrije markt zag hij een mogelijke oplossing”, weet Bruno Comer. De vrijhandel zou het inefficiënte en onrechtvaardige protectionisme counteren en daarmee ook de armoede die het voortbracht. Bovendien zou het stimuleren van die handel, gekend als ‘le doux commerce’, het religieus fanatisme kunnen indijken. Wie zijn waar wilde verkopen, had er immers alle belang bij om goed met de anderen overeen te komen. In hun tijdskader hadden de onzichtbare hand en het vrijemarktkapitalisme van Adam Smith dus wel degelijk een ethische dimensie. “Maar ze vertrokken vanuit een mensbeeld dat paste in een samenleving waar 95 procent van de bevolking nauwelijks genoeg had om te overleven. Vandaag is die verhouding omzeggens omgekeerd, waardoor het mensbeeld van toen nu als onethisch wordt ervaren. Verder rijst de vraag of dat mensbeeld anno 2008 nog wel overeenstemt met de realiteit.” Gulden middenwegComer gaat een eind mee met Smith waar die stelt dat de mens altijd meer wil ondernemen en uitgeven. “Maar dat is geen volledig beeld. Om de mens vandaag in zijn geheel te zien, is een aanvulling van Aristoteles op zijn plaats.” Aristoteles was de man van de gulden middenweg. Hij stelde dat de mens, om gelukkig te zijn, nood heeft aan materiële goederen. Die streeft hij ook na, maar zonder te overdrijven. “Veel moderne economen negeren dat Aristotelische mensbeeld, terwijl de realiteit het tegendeel bewijst.” De crisis van 1993-94 vormt daarvan een voorbeeld. De spaarquote lag toen enorm hoog. Maar anders dan nu stonden er ook enorme tegoeden op de spaarrekeningen bij de banken. “De aanhangers van Adam Smith stelden dat de mensen bang waren voor hun pensioen, voor hun job, kortom: ze wilden hun toekomst veilig stellen. Maar was dat de enige verklaring? Misschien had de bevolking ook gewoon een levensniveau bereikt waarbij ze zich comfortabel voelde en hadden de mensen geen nood om nog meer uit te geven.” Een tweede indicatie ziet Comer in alternatieve economische stromingen zoals die van de milieueconomen. “Zij willen net zo veel produceren tot iedereen genoeg heeft om behoorlijk te leven, maar ook niet meer dan dat. Omdat onze aarde niet meer kan verdragen. De milieueconomen vertegenwoordigen het aristotelische denken in zijn meest extreme vorm.” Ook in onze Belgische economie ziet Comer dat het mensbeeld van Smith vandaag een Aristotelische correctie behoeft. “Rond de eeuwwisseling werd de Belgische economie omschreven als een 'economie van goede huisvaders’.” Zo’n huisvader is niet bepaald een ondernemer die eender wat zou doen om toch maar vooruit te komen. “Als iemand tot ondernemen komt, gaat daar sowieso een ethisch denken mee gepaard. De drive om zo veel mogelijk te verdienen en uit te geven, volstaat niet om de inspanningen te leveren die een goed ondernemerschap vraagt.” Mensen die ondernemen, doen dat niet alleen voor het geld, maar ook uit een drang naar zelfrealisatie. Ze voelen dat ze door het bedrijf te leiden en succes te boeken, het beste tot zelfontwikkeling komen, en gelukkig kunnen zijn. “Er is zeker een stuk van Adam Smith in hen aanwezig, maar evengoed dragen ze Aristoteles in zich.” SponsoringComer ziet voor de ondernemer een rol weggelegd om de onzichtbare hand wat meer in de Aristotelische richting te sturen, door een evenwichtige houding aan te nemen. “Eigenlijk doen veel ondernemers dat al spontaan, bijvoorbeeld in hun communicatie. In een mensbeeld à la Smith zou iedere ondernemer alleen maar via reclame met zijn publiek communiceren. Nu gebeurt dat evengoed via sponsoring.” Reclame fungeert als communicatievorm waarbij de vervulling van de ene behoefte de andere al oproept. Ze laat mensen met een televisie verlangen naar een videorecorder en bezitters van een videorecorder uitkijken naar een dvd-speler. De reclame gaat ervan uit dat de menselijke behoeften oneindig zijn. Sponsoring daarentegen, veronderstelt dat de materiële behoeften van de klant op een bepaald ogenblik voldaan zijn. Wil een onderneming zich toch nog profileren, dan zal zij haar naam linken aan een sportevent, een kunstgebeuren, een caritatief project… Bruno Comer: “De meeste bedrijven maken reclame, maar doen ook spontaan aan sponsoring. Geregeld rijst daarbij de vraag naar het nut van sponsoring. Welk voordeel heeft een onderneming erbij om iemand te steunen? Kan zij het geld niet beter gebruiken om zelf meer te produceren? Het antwoord op die vragen is eenvoudig: ondernemingen maken reclame, maar bieden daarnaast ook sponsoring aan, omdat ze geloven dat ons mensbeeld zich niet uitsluitend op Adam Smith baseert, maar dat ook Aristoteles een deel van ons handelen verklaart.” KortetermijngeheugenIs de Aristoteles in ieder van ons sterk genoeg om de onzichtbare hand globaal in een juiste, meer ethische richting te sturen. Wordt regulering dus overbodig? Bruno Comer: “Het grote probleem is dat menselijke gevoelens niet in vakjes zijn in te delen. Ze spreken elkaar tegen, vullen elkaar aan, lopen in elkaar over... Dat geldt ook voor de Adam Smith en de Aristoteles in ons.” Crisissituaties plaatsen Aristotels doorgaans wat meer op de voorgrond. Het zijn de momenten waarop de banken inzien dat ze te ver gingen in de ontwikkeling van financiële producten, de periodes waarin de speculanten even niet meer investeren in virtueel geld. “Maar het geheugen van de mens is kort en om dat geheugen wat langer te maken, zie ik regulering als enige middel.” Kapitalisme in de toekomstIs het kapitalisme, mits de nodige sturing, dan toch de beste sociaal-economische organisatievorm? Daarover spreekt Bruno Comer zich liever niet uit. “Het kapitalisme heeft zeker vooruitgang gebracht. Maar of de geschiedenis van de wereld uiteindelijk de geschiedenis van het kapitalisme wordt, hangt vooral af van externe factoren.” Als de opwarming van de aarde bijvoorbeeld zodanig problematisch wordt en de technologie geen oplossingen biedt, zullen we ons misschien moeten afvragen of dat systeem van steeds meer productie en meer consumptie, nog wel leefbaar is. Misschien moeten we dan op zoek naar alternatieven zoals de milieueconomen voorstellen: een bepaald quotum bepalen en niet meer produceren dan dat. “Er bestaat een theorie die zegt dat je een beschaving kunt typeren door te kijken naar wat ze met haar overschot doet. De Romeinen gebruikten die voor de bouw van badhuizen en arena’s, middeleeuwers zetten er kathedralen mee recht. Wij investeren opnieuw in economische groei. Misschien verplichten de milieuproblemen ons om mettertijd voor een ander, niet-kapitalistisch systeem, te kiezen. Maar evengoed worden we inventiever en ontwikkelen we nieuwe technologieën om ons tegen het natuuronheil te pantseren en dan gaat het kapitalisme gewoon verder.” |
Volg ons:

Deze pagina delen: