Toon alle nieuws

 

Van de index en de illusie

Opiniebijdrage van Caroline Ven (De Standaard, 16 februari 2012)        

Willen we meer welvaart voor meer mensen, dan moeten we durven te raken aan de heilige koe van de automatische loonindexering, zegt CAROLINE VEN.

Na de fikse waarschuwing van de Europese Commissie aan het adres van België, wijst nu ook de Nationale Bank van België op de schrijnende achteruitgang van de concurrentiekracht van de Belgische economie. Meteen wordt met de vinger gewezen naar de hoge loonkosten en vooral naar de stijging ervan door het systeem van automatische koppeling aan de levensduurte. Daarmee ligt het systeem van automatische loonindexering opnieuw op de schop.

Delicate discussie

Het is een delicate discussie. Voor de werkgevers is het een molensteen om de nek, voor de werknemers een garantie op behoud van koopkracht. Telkens als de concurrentiekracht onder druk komt te staan, wordt gekeken naar de federale overheid om in te grijpen. Nochtans zijn het de werkgevers én werknemers die, als sociale partners, dit systeem ooit zelf hebben ingevoerd in hun sectorale akkoorden. Dat gebeurde in de naoorlogse periode van wederopbouw. In die periode van sterke welvaartstoename wilde men die welvaart billijk verdelen en dus besloot men de koopkracht van de werknemers te beschermen tegen de negatieve gevolgen van inflatie.

Maar de sociale partners zijn er nadien nooit in geslaagd om in tijden van crisis het systeem bij te stellen. Zo moest de regering begin jaren tachtig ingrijpen en indexsprongen opleggen om de inflatoire gevolgen van de devaluatie van de Belgische frank op te vangen en de concurrentiekracht van onze economie te herstellen. Hetzelfde scenario begin jaren negentig, toen de gezondheidsindex werd ingevoerd om gevolgen van btw of accijnsverhogingen te neutraliseren. Zelfs nu we de zwaarste crisis hebben doorgemaakt sinds de jaren dertig van de vorige eeuw, blijft een aanpassing van het indexeringssysteem voor de sociale partners een taboe. Werknemers willen een even groot stuk van de taart behouden, zelfs als die taart kleiner is geworden of dreigt te worden.

Verlies aan welvaart

Nochtans kunnen we er niet omheen dat de manier waarop de lonen in ons land worden geïndexeerd, jobvernietigend werkt. Op lange termijn is het evident dat lonen de levensduurte volgen. Ook in andere landen, zonder automatische loonindexering, is dat het geval. Wat het Belgische systeem zo pervers maakt, is dat het zo snel gebeurt. Zeker in een periode waarbij internationale grondstoffenprijzen, zoals van energie of voeding, forse schommelingen kennen, leidt dat tot een onmiddellijke doorrekening in de Belgische lonen, zelfs als die opstoot later slechts tijdelijk bleek.

Op die wijze worden prijsschokken volledig doorgerekend aan werkgevers. En hoe meer werknemers men in dienst heeft, des te zwaarder de factuur. Het gevolg is dat deze (loon)kosten in de prijzen worden doorgerekend, wat weer resulteert in een verlies aan concurrentievermogen. Als zulke doorrekening niet lukt, volgen arbeidsbesparende maatregelen en dus een verlies aan werkgelegenheid. In beide gevallen gaat het om welvaartsverlies. Er circuleren voorstellen om het systeem aan te passen en de perverse effecten van kortetermijn-prijsschommelingen af te vlakken, zelfs zonder het principe van de automatische indexering van de lonen aan te tasten. Toch tref je weinig moed bij vakbonden om die discussie aan te gaan.

Uitbuiting

De bonden laten uitschijnen alsof dit het begin is van de 'uitbuiting' van de werknemer, door die geleidelijk aan te laten verarmen. Alsof dat de bedoeling is. Werkgevers beseffen maar al te goed dat om goede resultaten te behalen, heel het team mee moet zijn. Dat betekent dat werknemers zich goed moeten kunnen voelen in hun job, zich gewaardeerd moeten voelen en kansen krijgen. Zeker in tijden van de war for talent zal het anders erg moeilijk worden om medewerkers aan te trekken en te behouden.

In België bestaat er - gelukkig - geen maatschappelijk draagvlak om een klasse 'werkende armen' in het leven te roepen. Integendeel, het credo bestaat erin armoede te bestrijden door mensen aan het werk te krijgen tegen redelijke voorwaarden. De talrijke activeringsprogramma's, loonsubsidies en gerichte loonlastenverlagingen én het bestaan van minimumlonen zijn daar een uiting van. Maar al die bijsturingen ten spijt, moet er natuurlijk in de eerste plaats voldoende werk voorhanden zijn. En daarvoor zijn er ondernemingen nodig die voldoende competitief zijn.

We moeten ons dringend de vraag stellen of wij meer welvaart willen creëren voor meer mensen. Dan moeten we onvermijdelijk ook durven te spreken over de arbeidskosten en een minder directe doorrekening van prijsstijgingen in de lonen. Ik heb helaas de indruk dat we eerder vasthangen aan het beschermen van loons- en arbeidsvoorwaarden voor wie al een job heeft. De billijke verdeling van welvaart dreigt daardoor eenrichtingsverkeer te worden in het voordeel van wie al werk heeft. In dat geval zal het heel moeilijk worden de komende jaren om meer mensen aan het werk te krijgen. Onze bedrijven zullen het erg moeilijk krijgen om mee te blijven spelen in de internationale concurrentie. Want wie het vergeten zou zijn: onze uitvoer bedraagt (nog steeds) 85 procent van het bbp. De sociale partners zouden het belang daarvan best gezamenlijk inzien.

© Corelio

 

Volg ons: rss linkedin twitter

Deze pagina delen:

VKW-lid getuigt

Jos Kempen, bestuurder-directeur Vanhout

Bekijk meer getuigenissen.

De kunst van het ondernemen

logobeeld

Denktank VKW Metena

VKW Metena is een onafhankelijke denktank die met inhoudelijk studiewerk wil bijdragen tot het maatschappelijk en economisch debat rond welvaart en welzijn.

Meest recente artikels