| Duurzame aanbesteding |
| Geschreven door Jos Kempen |
|
‘Eén op de vijf bouwbedrijven fraudeert!’ zo kopte recent nog een kwaliteitskrant. Wat is dat toch met de bouwsector? De sector wil in elk geval dat het kaf van het koren wordt gescheiden. Maar tegelijk moet gekeken worden naar een aantal structurele handicaps. Vooreerst is er het systeem van openbare aanbesteding, dat uitsluitend focust op de prijs. Uiteraard is prijs een belangrijk element in elke concurrentie, maar deze éénzijdige insteek opent de deur tot opzettelijke misinterpretaties van de lastenboeken en het hanteren van negatieve marges. Vandaar ook legio voorbeelden waar het verschil tussen de finale prijs bij oplevering en de aanbestedingsprijs van een project tientallen procenten bedraagt. Dat leidt tot onethische toestanden, waarbij niet altijd alleen de aannemer in de fout gaat. Van sommige projecten weten beide partijen stilzwijgend dat ze onhaalbaar zijn. Tijdens de uitvoering wordt dan ook van alles geprobeerd om onder het juk van de te lage prijs te geraken. SamenAlle actoren — zowel architecten, studiebureaus, bouwadviseurs, aannemers, maar ook bouwheren en publieke partners — moeten zich dringend beraden over een manier om te komen tot kwaliteit, eerlijke prijzen, bouwtermijnen die gerespecteerd worden… en dit alles volgens duurzame criteria. Daarnaast lijdt de bouwsector nog meer dan andere sectoren in ons land aan de totaal uit de hand gelopen loonwig. Het verschil tussen de brutoloonkosten voor de werkgever en het brutoloon van de medewerker kan oplopen tot 125%. Als we vertrekken van het nettoloon, moeten we het loon zelfs vermenigvuldigen met een factor van meer dan 3 om aan de loonkosten te komen. LoonwigHet zou niet mogen, maar voor de niet-bonafide onderneming en zeker ook voor de particulier, wordt de verleiding steeds groter. Willen we fraude voorkomen dan moeten we in de eerste plaats iets doen aan die ongezond grote loonwig. Zo kunnen we met enige zin voor overdrijving stellen dat we voor de loonkosten van één bouwarbeider twee beginnende ingenieurs kunnen aanwerven en dat zij wonder boven wonder ongeveer hetzelfde nettoloon overhouden. Het echte probleem stelt zich pas als de jonge ingenieur voor een karweitje thuis met zijn nettoloon de 4 maal hogere brutoloonkosten van de arbeider dient te betalen. Tenslotte juichen we controles toe, maar van op het terrein toch deze bemerking: de ingewikkelde reglementering die velen van ons stipt trachten op te volgen, leidt helaas wel eens tot kleinere, administratieve fouten. Een arbeider die 's morgens op het werk komt en zijn stempelbrief thuis vergeten is of per toeval zijn brief nog niet heeft aangekruist, wordt maar meteen aanzien als zwartwerker. Individuele slordigheid wordt in feite ten onrechte als zwartwerk bestempeld. Die situatie relativeert de statistische cijfers. De sector zal oplossingen voor administratieve vereenvoudiging toejuichen en ondersteunen. Jos Kempen (59) is bestuurder– directeur bij Vanhout nv, voorzitter van het Strategisch Plan Kempen, ondervoorzitter van VKW Synergia en erevoorzitter van VKW Kempen. |