Banken. Begrijpen bankier en ondernemer elkaar nog?
Geschreven door Jo Cobbaut   

Bankiers verlenen sedert de crisis steeds stugger krediet. Toekenningen slepen langer aan en de tarieven stegen sterk. In veel gevallen, tenminste. Hoe komt dat en wat kan u doen om te ontsnappen?

“Ik begrijp niet dat banken niet eens een handig en leesbaar boekje maken voor ondernemers waarin ze duidelijk en in mensentaal uitleggen wat ze verwachten van ondernemers”, betoogt Marcel Le Moine. Le Moine is advisor bij TriFinance, een groep actief in de detachering, consulting en recrutering voor financiële afdelingen van bedrijven en banken. Hij sprak samen met Geert Janssens op een VKW-avond met als thema “Begrijpen bankier en ondernemer elkaar nog?”

Stabiele banken

Het goede nieuws is dat onze banken wat gestabiliseerd zijn. In een VKW Metena Flash kwam Jan Henry tot de conclusie dat de Belgische banken op dit ogenblik geen extra kapitaal meer nodig hebben volgens normen waarover men het internationaal eens is. “De verhouding tussen het eigen vermogen en het activatotaal bedraagt nu net geen 4%, onder meer dankzij de vermageringskuur die de banken zichzelf opgelegd hebben.” Maar ‘die vermageringskuur’ bleef niet zonder gevolgen.

Geert Janssens (VKW Metena) toonde aan dat de kredietverstrekking sedert de crisis moeilijker te verkrijgen is en duurder, zowel voor grote corporates als voor kmo’s. Janssens: “Op basis van het beschikbare statistisch materiaal kan ik niet anders dan concluderen dat de relatie bankier-ondernemer de komende maanden verder onder druk zal komen te staan.” Eerder al had VKW Metena berekend dat banken de historisch lage rentevoeten van de Europese Centrale Bank en van spaarboekjes niet volledig doorrekenen.

Al gaat het hier om gemiddelden. Banken maken een onderscheid tussen ondernemingen op basis van het ingeschatte risico van het dossier in kwestie, uitgedrukt in een rating. In theorie krijgt elke kredietaanvrager een risicoprofiel en een rating.

Risicoprofiel

Dat risicoprofiel per bedrijf is gebaseerd op twee belangrijke parameters. De eerste is een kwantitatieve analyse en die begint bij de balans en gaat verder met alles wat daar uit voortvloeit, zoals ratio’s rond rendabiliteit, solvabiliteit en liquiditeit.
Marcel Le Moine (TriFinance): “Twee zaken zijn daarbij belangrijk: de evolutie in de tijd en de verticale evolutie. Als men drie balansen naast elkaar legt, kan je zien hoe bijvoorbeeld het eigen vermogen evolueert, maar we bekijken ook hoe bijvoorbeeld de verhouding evolueert tussen eigen vermogen en balanstotaal. Die analyses gaan al voor een stuk automatisch. Die moeten dan wel nog verfijnd worden. Zo zal de ondernemer de vraag krijgen om de recentste tussentijdse cijfers voor te leggen. De cijfers van 31 december 2008 waren voor veel bedrijven niet slecht, maar voor veel van diezelfde bedrijven zijn ze nu catastrofaal!”
De kwantitatieve informatie op basis van gegevens uit de Balanscentrale van de Nationale Bank of andere financiële databronnen, laat toe om bedrijf X te vergelijken met bedrijf Y, met meerdere sectorgenoten of een geselecteerd staal van bedrijven. Men kan nagaan hoe het betreffende bedrijf is geëvolueerd ten opzichte van concurrenten in de sector. Groeiprestaties van soortgenoten zeggen al veel over de gemiddelde toekomstperspectieven van een willekeurig bedrijf in die sector. Daarnaast hebben banken ook interne databanken met o.m. kredieten die ze in het verleden hebben verleend. Daarmee kunnen ze hun modellen verfijnen.

Kwalitatief luik

En dan is er nog het kwalitatieve luik. Marcel Le Moine waarschuwt dat dit heel ver kan gaan. Het ondernemingsrisico wordt geanalyseerd in vier deelcomponenten: het operationeel, het commercieel en het financieel risico en ook nog eens alle risico’s gerelateerd aan juridische en milieucomponenten.
Daarnaast wordt ook het management doorgelicht. “Niet minder dan 34% van alle faillissementen zijn eigenlijk het gevolg van mismanagement. We zien nog heel wat bedrijven die eenzijdig geleid worden. Zo zijn heel wat ondernemers commercieel gedreven, vanuit een specifiek product of een markt en de andere componenten moeten maar volgen,” zo weet Marcel Le Moine. “Wat ook niet helpt is het feit dat ondernemers de neiging hebben om zich te omringen met klonen van zichzelf. We zien nogal wat ondernemers die heel gedreven bezig zijn met hun project maar die daarbij weinig tegenspraak dulden.”

De bankier kan zijn huiswerk maken op basis van een geprepareerde checklist, maar voor veel ondernemers is er nog veel manueel huiswerk. Le Moine heeft één belangrijk advies: de verstandige ondernemer houdt zijn bankier proactief op de hoogte, ook van problemen.
Le Moine (TriFinance): “Stel ze vooral niet voor verrassingen! We zien vandaag veel bedrijven die problemen kennen doordat hun omzet dramatisch terugvalt. Maar veel ondernemers zijn niet gewoon om daarmee om te gaan, laat staan om er over te rapporteren. Ondertussen draait ook de financiële man zot: hij moet meer rapporteren, achter klanten aan gaan om die sneller te doen betalen, gaan praten met de banken... Die vaardigheden heeft hij ook niet altijd. Dikwijls is zijn empathisch vermogen niet zijn grootste troef. Ten tweede kan hij niet altijd antwoorden op alle vragen en er blijft weinig tijd voor proactieve informatie. Bovendien is hij dikwijls begonnen als boekhouder. Hij is weliswaar meegegroeid en erg vertrouwd met de interne huishouding. Toch botst ook hij op een bepaald moment wellicht op zijn grenzen qua rapportering en communicatie er omheen.” “Teveel bedrijven bellen hun bank voor een overschrijding die ze ’s anderendaags nodig hebben. Vergeet niet dat banken dat op nationaal niveau duizenden keren zien.”

Het kredietproces

Toch hoor je ook ondernemers met een mooi palmares en een goed voorbereid dossier klagen. Het ligt dus zeker niet altijd aan de ondernemer. Loopt het dan nooit fout bij de banken?

Le Moine denkt ook dat er een en ander mis loopt, maar hij schetst ons eerst het kredietverleningsproces. “Klassiek begint dat bij de bankier die de klant kent. Hij doet een voorstel. Dat wordt al of niet een tweede keer gescreend door een kredietanalist en dat voorstel wordt al of niet goedgekeurd door een kredietcomité. Gezien echter het grote aantal aanvragen per dag, is men afgestapt van die klassieke keten voor 30 tot 50% van de dossiers (naargelang de bank). Dat betekent dat hij voor die aanvragen zelf kan beslissen binnen het kader van bepaalde volmachten en specifieke bijkomende parameters. Hij zal dat dossier dan ingeven in een computersysteem, waardoor meteen een documentatie wordt aangelegd. Hij kent al een risicoklasse toe. Daar komt een rating uit en die bepaalt mee de voorwaarden voor tarifering. In principe wordt jaarlijks een nieuwe inschatting van het kredietrisico gedaan, op basis van het behalen van resultaten en budgetten. Gespecialiseerde risicodetectie-eenheden screenen systematisch de portefeuille. Het doel hiervan is proactief dossiers, waarvan de kwaliteit afglijdt, reeds in een vroeg stadium te detecteren. Vandaar kan het eventueel naar de specialisten van ‘intensive care’. Ik ben overigens de architect van dat systeem van detectie en intensive care in ‘92-‘93, bij de toenmalige Generale Bank. De risk surveillance teams gaan desnoods ook op het terrein bij de ondernemer om te onderzoeken wat er structureel mis loopt.”

De kredietfuncties

Marcel Le Moine gelooft dat het kredietproces niet meer zo vlot loopt doordat de crisis flink heeft huisgehouden in de banken.
Er spelen een aantal factoren. Ten eerste stroomt stilaan veel ervaring weg, want door de vergrijzing zitten we nu met veel late twintigers en vroege dertigers, met andere woorden, mensen die nooit een crisis meemaakten. Er is dus zeker gebrek aan ervaring en kennis.
Le Moine (Tri Finance): “Je mag niet vergeten dat heel wat sectorale kennis nodig kan zijn voor een gefundeerd oordeel. Ik heb bijvoorbeeld jaren kredieten voor vliegtuigen bestudeerd. De kennis van de vliegtuigen is belangrijk, maar ook bijvoorbeeld het gebruik ervan. Een toestel dat wordt ingezet op trajecten waarbij het veel zal landen en opstijgen, is veel meer onderhevig aan slijtage. Dat beïnvloedt het risicoprofiel.” Als die kennis niet in huis is, zal dat het beoordelingsproces minder verfijnd verlopen en zal het risico voor de minder hoge risico’s wellicht eerder te hoog worden ingeschat uit voorzorg en uit schrik. Dat kan frustrerend zijn voor bepaalde ondernemers. Maar helaas is ook het tegengestelde mogelijk…

Maar naast gebrek aan kennis en ervaring, speelt ook gewoon het gebrek aan mankracht. Banken hebben nu moeten afslanken en aanwervingen zijn uitgesloten. De voorbije jaren echter werden de functies voor het beoordelen van risico’s sterk afgeslankt. Risico’s waren alleen maar goed. “Nu is er plots een overvloed van minder goede dossiers en er zijn te weinig mensen en ze mogen niet aanwerven want er is geen geld!” Ook het feit dat het beslissingsproces nu eerder sequentieel gebeurt en niet meer in de klassieke kredietcomités impacteert op eerder negatieve wijze (althans kwalitatief) het beslissingsproces.

 

De kunst van het ondernemen

logobeeld

Denktank VKW Metena

VKW Metena is een onafhankelijke denktank die met inhoudelijk studiewerk wil bijdragen tot het maatschappelijk en economisch debat rond welvaart en welzijn.

Meest recente artikels