| Technologen allerhande, verenigt u! |
| Geschreven door Jo Cobbaut |
|
Er is wat veranderd bij de ingenieurs in Vlaanderen. Vroeger was het eerste wat zowel burgerlijk ingenieurs als industrieel ingenieurs beklemtoonden, hun eigenheid, lees: hun onderlinge verschillen. Nu luidt de boodschap: er zijn er van beiden te weinig! Bovendien willen ze samen hun stem krachtiger laten horen in belangrijke dossiers en willen ze vooral samenwerken. Niet alleen ontvangen de topmannen van beide verenigingen, Koninklijke Vlaamse Ingenieurs Vereniging (KVIV) en Vlaamse Ingenieurs Kamer (VIK), ons samen in het Ingenieurshuis. Hans Romaen, algemeen directeur van KVIV, en Paul Bertels, gedelegeerd bestuurder van VIK, staan er op dat de co-voorzitters van een groot gezamenlijk project ook aanwezig zijn: Roadmap Vlaanderen. BolognaDit wordt de start van een veelbelovende samenwerking? Beiden: “Absoluut”. Hans Romaen (KVIV): “Zowel KVIV als VIK behouden een reden van bestaan, maar beide beseffen nu beter dan ooit dat zowel Jan met de Pet als de overheid en de industrie een duidelijk beeld moeten krijgen van wetenschappelijk en technisch geschoolden, of het nu gaat om bio-, burgerlijk, industrieel en hopelijk binnenkort nog andere ingenieursprofielen. Ja, de voorbije tien jaar hebben we dat vergeten in onze ijver om de verschillen te beklemtonen.” Paul Bertels (VIK): “Industrieel ingenieurs hebben een probleem om in het buitenland als volwaardige ingenieurs te worden geaccepteerd. (In de Bolognaverklaring van 1999 tekenden 29 Europese ministers van onderwijs voor de creatie van een Europese ruimte voor hoger onderwijs.) De Bologna-hervorming, heeft daar voor een omslag in het denken gezorgd.” In dat kader is er ondertussen een politieke consensus om de academische master (nu nog een hogeschoolopleiding van vier jaar) tot een universitaire opleiding te maken van vijf jaar. Er komen dan ook twee nieuwe namen voor beide masters, maar daar is men nog niet uit. Paul Bertels: “In het buitenland kennen ze géén niet-industriële ingenieursopleidingen. We pleiten nu vanuit beide verenigingen voor een universitaire opleiding, zij het voor twee duidelijk onderscheiden profielen, beide van hoge kwaliteit, maar in het ene sterk praktijkgericht, het andere duidelijk conceptueler. Ze groeien dus niet naar elkaar toe, want het heel eigen praktijkgericht profiel van de industrieel wordt verder uitgewerkt, omdat we denken dat we tot twee complementaire profielen komen. En zo moeten we dat ook promoten in het buitenland. Ook in het buitenland heb je toch wel uiteenlopende profielen, maar er komt een European Quality Framewrok dat op termijn voor meer transparantie zal zorgen”. ie-netOf het bedrijfsleven wakker ligt van deze ‘academische’ discussie? Hans Romaen: “In de realiteit van het bedrijfsleven moeten beide profielen meer en meer samenwerken. Onze industrie leunt meer en meer op onderzoek, maar ook op onderzoek dat snel tot toepasbare resultaten en tot producten voor nieuwe markten leidt. We willen nu ook alle technologische profielen betrekken in de discussie; we gebruiken graag de metafoor van een cirkel die moet worden gesloten: een onderzoek leidt tot een toepassing, maar vanuit die toepassing komt feedback uit de praktijk, die weer aanleiding geeft tot extra onderzoek, etc. Zo komen we sneller van onderzoek tot valorisatie.” “We zullen op die manier de onderzoeksketen sneller kunnen sluiten,” aldus Paul Bertels (VIK). “Zowel VIK als KVIV hebben nu als hoofddoel aan de buitenwereld duidelijk te maken wat het belang is van het technologisch profiel voor industrie, maatschappij en welvaart”, aldus Paul Bertels (VIK). Roadmap VlaanderenHet is niet bij woorden gebleven. In april werd de start voor ‘Roadmap Vlaanderen’ gegeven, een grootschalig project om evoluties in kaart brengen en om een pad uit te tekenen voor de komende decennia. Er wordt nagedacht over maatschappelijke trends zoals klimaat en vergrijzingsproblematiek en hoe wetenschappelijke en technologische evoluties daardoor zullen worden beïnvloed en hoe ze er op kunnen inspelen. Roadmap krijgt concreet inhoud via een werkgroep o.l.v. de co-voorzitters ir. Rob Lenaers (voorzitter van Vanhout, bestuurder van vennootschappen, voormalig voorzitter WTCB) en ir. Pascal Verdonck, algemeen directeur van AZ Maria Middelares Gent. Lenaers: “Maatschappelijke evoluties en technologische trends zullen hun invloed hebben op de bedrijfscontext. Hoe onze bedrijven zich denken aan te passen, wordt gevraagd aan tenoren uit diverse sectoren.” Vandaar een reeks events. In een paar sessies dit jaar schetsten topmensen van Philips, BASF, Arcelor-Mittal e.a. reeds hun visie voor de komende tien jaar. Rob Lenaers: “Op die manier moeten we in kaart krijgen welke maatschappelijke noden en verwachtingen er zullen groeien, welke rol technologie daarbij kan spelen en ten slotte hoe onze bedrijven daarop moeten inspelen. Wat zal bijvoorbeeld BASF moeten doen om maximaal zijn CO2-uitstoot te beperken? Of hoe zullen grondstoffen optimaal gerecycleerd worden? En uiteraard is daar telkens een technische component bij en daar voelen wij ons natuurlijk aangesproken. Maar de insteek is breed, we buigen ons dus niet over technologieën op zich, maar vertrekken vanuit de maatschappelijke tendensen. Neem nu onze industrie: we zullen nooit zonder kunnen, maar de nieuwe industrie zal veel meer dan vroeger een genetwerkte industrie zijn. Bedrijven zullen zich moeten nog verder toespitsen op dat waarin ze goed zijn en voor andere elementen samenwerken. In de bouwsector zie ik al jaren hoe een bouwaannemer zoals Vanhout, een coördinator werd die voor zo’n 80% van het werk samenwerkt met gespecialiseerde partners.” OndernemerschapCommunicatie zal daarbij heel belangrijk zijn, een kwaliteit die traditioneel niet de sterktste is bij onze ingenieurs (hoe hoog ze verder ook aangeschreven staan qua technische competenties). Rob Lenaers: “Daar wordt ook al werk van gemaakt. Aan het Instituut Denaeyer bijvoorbeeld worden in de ingenieursprofielen al elementen ingebracht van het programma handelsingenieur, met o.m. talen en economische componenten.” In de nieuwe opleiding zal ook meer ruimte zijn voor praktijk en stages in het bedrijfsleven, want daar komt nu in de praktijk dikwijls niet veel van terecht. Dat kan de affiniteit voor het bedrijfsleven aanwakkeren en zelfs de ondernemerszin. De mensen van zowel VIK als KVIV zijn het er over eens dat onze technologen nog te weinig de kans grijpen om op basis van een technologie te starten met een bedrijf. Hans Romaen ziet wel wat bewegen: “Al 75 jaar geeft KVIV prijzen. Traditioneel ging die naar het ‘slimste’ werk, daarna naar het best gecommuniceerde werk. Vanaf volgend jaar gaat de prijs naar het werk met… het meeste marktpotentieel.” |
Volg ons:
