Visie & ondernemerschap: Kris Westelinck (Pfizer Belux)
Geschreven door Jo Cobbaut   

De sector voor geneesmiddelen op voorschrift heeft alles om onze beleidsmakers enthousiast te maken: een hoge toegevoegde waarde, belangrijke investeringen in onderzoek en ontwikkeling, een sterke bijdrage tot onze export, een flinke tewerkstelling… Toch heeft de sector het tegelijk moeilijk om op een constructieve manier in het nieuws te komen, stelt Kris Westelinck vast.

Hij is pas sedert januari gedelegeerd bestuurder van Pfizer BeLux, maar hij zit al dertig jaar in de sector. In die tijd zag hij de druk vanwege overheid en publieke opinie sterk toenemen.

Hoe komt het toch dat de farmasector het zo goed doet bij ons?
Kris Westelinck: “De geneesmiddelindustrie is hier historisch sterk vertegenwoordigd. Janssen is hier gesticht, GSK met haar afdeling vaccins heeft nog roots in een project met de Leuvense Universiteit dat gewezen rector Piet De Somer ooit startte. Dan heb je nog UCB en Solvay met een farma-activiteit… De aanwezigheid van veel kennis was een ideale kweekbodem. Als Wallonië vandaag goed scoort, is dat dan weer te danken aan haar Marshallplan waarin farma een speerpunt is. En met goed resultaat! Pfizer kwam waarschijnlijk eerder omwille van de ligging, maar in elk geval heeft Pfizer hier 3% van zijn personeel, terwijl het lokale zakencijfer minder dan 1% is. Waar je begint te investeren doe je voort zolang het klimaat goed blijft, maar je moet wel opletten dat het proces van desinvestering niet start, want ook dat is moeilijk omkeerbaar.”

Wat loopt er dan verkeerd?
Kris Westelinck: “Het prijzenbeleid en de wetgeving rond de terugbetaling bleven goed tot de jaren ’90. Toen ging men zich zorgen maken over de ziekteverzekering. Met als gevolg een belasting op de omzet en diverse lasten: een hospitaaltaks, verplichte prijsdalingen, clawbackregelingen etc. (overschrijdingen van het budget geneesmiddelen worden verhaald op de sector). Op de duur zette men het budget lager dan de effectieve kosten van het jaar voordien. Men budgetteerde dus op inkrimping, terwijl onze populatie vergrijst. Onder Verhofstadt II werd het systeem wat gemoduleerd in functie van de bijdrage van de sector aan onze toegevoegde waarde, onze kenniseconomie, tewerkstelling… Toch bedraagt de taks op onze omzet nog 7,73%. Dat verzwakt onze concurrentiepositie voor nieuwe investeringen met Pfizer Zweden, Ierland, Zwitserland etc.”

Europa

Maar waarom zijn prijzen voor een klein marktje als de Belgische zo belangrijk?
Kris Westelinck: “Omdat de internationale prijs voor een stuk bepaald wordt op basis van prijs van land van oorsprong. Heel wat Europese landen hebben ook een systeem van gecontroleerde prijzen en die nemen o.m. de Belgische prijs als referentie. Het gevolg van de budgettaire aanpak in Europa is dat de VS ons ondertussen voorbijstaken als ontwikkelaar van nieuwe moleculen. Ooit was Europa de bakermat op dat vlak. Recent haalden wij een investering in Puurs ten nadele van de Zweden omdat de prijs voor dat product in België beter was dan in Zweden.”

Maar onze begroting heeft ook haar grenzen?
Kris Westelinck
: “Uiteraard, maar België moet goed zijn rekening maken. Het aandeel van geneesmiddelen in de totale gezondheidszorg is 18%, het deel van onze sector is 13%. Ga je het globale probleem oplossen binnen dat stuk van 13%? En ga je dat doen ten koste van een sector die de begroting per saldo meer opbrengt dan het RIZIV betaalt voor geneesmiddelen? En enkel Ierland kan dat zeggen. Op termijn kunnen de investeringen in de sector zodanig afgeremd worden dat men een omgekeerd sneeuwbaleffect krijgt dat niet snel omdraait en dat uiteindelijk voor België een negatieve rekening oplevert. Een wat gesaneerde gezondheidszorg wordt dan een Pyrrusoverwinning.”

Kiwi-model

En het Kiwimodel? Door een openbare aanbesteding voor geneesmiddelen tussen bedrijven speelt toch eerlijke concurrentie? En het bedrijf dat het originele middel ontwikkelde, kan nog meedoen?
Kris Westelinck
: “Er loopt bij ons een experiment voor één molecule. Maar men wil eveneens de terugbetaling voor nieuwere geneesmiddelen uit dezelfde klasse of groep verminderen. Niet alle producten zijn echter vergelijkbaar en niet alle patiënten reageren op dezelfde manier. Enkel de beter gegoeden zullen toch meer betalen als hun arts meent dat een nieuw en duurder middel het meest geschikt is. We stellen vast dat in Nieuw-Zeeland, waar het model bestaat, nog slechts een beperkt gamma producten op de markt is. De farmasector is er goed voor 400 banen, bij ons voor 29.400. Dokters klagen er steen en been en gegoede patiënten gaan naar Australië. Ik pleit ervoor om het debat open te trekken naar een fundamentele keuze. Willen we de goedkoopste medicijnen of denken we vanuit een brede visie die ruimte laat voor innovatie? Gaan we parasiteren op wat in de VS gebeurt? Dan trek je geen nieuwe investeringen meer aan.”

De sector pakt altijd uit met haar hoge investeringen in onderzoek, maar de winst- en verliesrekening van Pfizer van 2007 heeft het over ruim 8 miljard voor onderzoek en ontwikkeling, maar naar marketing gaat ruim 15,6 miljard?
Kris Westelinck
: “Dat is een misverstand. Die marketingkosten zitten onder een globale post ‘Selling, Informational and Administrative Expenses’ en daar zitten veel algemene kosten onder voor gebouwen, informatica etc. Pfizer besteedt een 17 procent van de omzet aan research, voor marketing zitten we maximaal aan 10 tot 12 procent. Bovendien is marketing niet identiek aan verdachte praktijken. We moeten dokters informeren en uiteraard hopen we dat hij het middel in de pen krijgt. We hebben niet genoeg tijd om te wachten tot een dokter toevallig verneemt dat er iets nieuws is. Tegen dan is ons patent verstreken, maar is onze investering niet terugverdiend. Research en procedures kosten tot 12 jaar, we hebben zeven tot acht jaar om een product gecommercialiseerd te krijgen voor de generica er aan komen.”

Reputatie

Veel druk dus, zeker voor een beursgenoteerd bedrijf als Pfizer. Vandaar misschien de kwalijke reputatie van de sector op het vlak van verwennerij van dokters, wetenschappelijke congressen die in feite snoepreisjes zijn etc.?
Kris Westelinck
: “We hebben Mdeon, een interne deontologische commissie die sedert een paar jaar ook vertegenwoordigers telt van de overheid en andere partijen zoals apothekers, artsen, de generische industrie... Vergeet ondertussen niet dat we sterk gereglementeerd zijn. Advertenties naar patiënten mogen hier niet en dat is goed. Spijtiger is dat uitgerekend diegene die het product het best van al kent, geen informatie mag geven. Zelfs al is die duidelijk gecontroleerd. Ondertussen gaan mensen wel op het internet en vinden ze daar ongevalideerde larie en namaakproducten.”

Maar hoe komt het dat af en toe een ziekte plots veel in de actualiteit staat: plots praat iedereen over een schimmel, baarmoederhalskanker…
Kris Westelinck
: (zucht) “Tja, die reclamespot over een bepaalde schimmel was een eenmalige en spijtige vergissing en dat ene geval blijft de sector achtervolgen. Weet u, moeten we nu echt gaan denken dat dokters hun voorschriftgedrag afstemmen op een etentje dat ze zouden krijgen aangeboden? Er zijn verschillende aanleidingen waarom ziektes de pers halen. Soms, zoals voor baarmoederhalskanker, waren er echt nieuwe vaccins met extra waarde. Is die bewustwording een slechte zaak? Andere zaken halen direct de pers doordat ze heel emotioneel liggen. Media spelen ook snel op de bal. Ook zijn er journalisten die wetenschappelijke bijdragen screenen en inzoomen op publicaties van Belgen. Ik vind dat OK.”

Betaalbaarheid

De sector lag ook lang onder vuur omdat medicijnen, zoals tegen aids, onbetaalbaar blijven voor grote aantallen slachtoffers.
Kris Westelinck
: “Men beseft ondertussen dat je het probleem niet alleen oplost door gratis medicijnen te geven in pakweg Afrika. Als men niets structureels verandert, bijvoorbeeld aan corruptie, vind je die medicijnen binnen de kortste keren op de zwarte markt. Maar de sector doet wel inspanningen. Pfizer geeft bijvoorbeeld middelen in een vijftigtal landen, maar we werken daarnaast ook aan infrastructuur. In Uganda zetten we een ziekenhuis waar we lokale artsen opleiden. Pfizermedewerkers met specifieke kennis kunnen zes maanden in een ontwikkelingsland gaan werken en worden verder betaald. Dat programma heeft veel succes. Er lopen diverse van dergelijke programma’s.”

Hoe houden we onze gezondheidszorg betaalbaar, gezien de vergrijzing en blijven we toch aan de wereldtop?
Kris Westelinck
: “De wereldtop? Wij meten al heel weinig, maar uit de beperkte metingen die wel gebeuren, blijkt enkel dat onze kwaliteit sterk en snel achteruit gaat. Onze goede reputatie is achterhaald en slaat vooral op het feit dat we een fantastische goede toegang hebben. Lage drempels, weinig wachtlijsten, hoewel ook dat stilaan verandert. De samenwerking tussen dokters is veel minder goed georganiseerd. Heel wat technische prestaties worden niet gecoördineerd en de evaluatie van alle behandelingen op effectiviteit, kwaliteit, kosten… is veel minder ontwikkeld dan in sommige andere landen. Beleidsmakers die ons laten geloven dat hun rechtlijnige besparingen kunnen zonder kwaliteitsverlies, zijn niet correct. De European Health Power House begon in 2005 te meten; het eerste jaar stonden we op vier, nu al op twaalf. We scoren bijvoorbeeld voor mortaliteit voor kankers zeer slecht.”

Versnippering

Waar loopt het dan fout?
Kris Westelinck
: “Er is veel versnippering. Hier mag elk ziekenhuis kankerbehandelingen starten. Die zaken zijn soms belangrijk voor de rendabiliteit van ziekenhuizen, dus men durft daar niet aan te raken. Dat heeft ook voor gevolg dat patiënten lang niet altijd bij de beste specialist terecht komen. Alleen al het feit dat een dokter minder gevallen per jaar behandelt, kan zijn expertise verminderen, want behandelingen zijn complex en evolueren snel. En daar ligt nochtans een groot potentieel aan besparing. Zo krijg je de paradox dat we absolute topspecialisten voor kanker hebben, maar tegelijk een slechte score voor mortaliteit ten gevolge van kanker. Voormalig minister Demotte heeft het op een bepaald moment geprobeerd om cardiovasculaire centra te rationaliseren, maar hij kreeg meteen een resem burgemeesters op bezoek om voor hun ziekenhuis te pleiten. Men zou resultaten moeten meten en die ook transparant communiceren. Op die manier zou de toegevoegde waarde en het kostenbesparend effect van nieuwe geneesmiddelen blijken. Nu gaan de duurste er meteen uit. Dat is kortzichtig. Zeker op geneesmiddelen staart men zich blind. Leterme vroeg voor zijn begroting 150 miljoen besparingen in de gezondheidszorg; 120 wordt opnieuw opgehoest door onze sector.”

Er is blijkbaar gebrek aan een brede visie?
Kris Westelinck: “Slechts een kleine minderheid van de politici houden zich van nabij bezig met de materie. En wat met het formuleren van gezondheidsdoelstellingen? Meestal bekijkt men eerst en enkel het budgettaire. Vlaanderen kijkt al wat verder, met name voor preventie. Helaas is er dan weer te weinig budget voor implementatie. Ook de organisatie van de gezondheidszorg blijft ondermaats. Men begint nu te denken in termen van zorgpaden, maar dat gebeurt nog op zeer disparate manieren. Het traject van zorgen dat elke patiënt moet krijgen, moet rationeler gestuurd worden. Dat moet je aan zorgverstrekkers overlaten, maar je moet er de patiënt wel bij betrekken. We kunnen nog veel inefficiënties uit het systeem halen om ruimte te maken, o.m. voor innovatie. De puur budgetgestuurde aanpak is kortetermijn en lost het fundamentele probleem niet op. Een aantal belangrijke spelers binnen de gezondheidszorg staan echter nog altijd niet open voor een transparant gesprek met onze sector. We zijn blijkbaar te verdacht. Ondertussen komt de volle impact van de vergrijzing op ons af. We moeten dringend naar een bredere discussie dan enkel besparen op kosten voor medicijnen.”


Kris Westelinck (1949)

Studies

  • Dokter in de geneeskunde (RU Gent, 1973)

Carrière

  • Huisarts (1974-1979)
  • Sandoz / Novartis (1979-1998)
    • Onderzoek, klinische studies in België
    • Sales- en marketingfuncties in Zwitserland en België
  • Warner Lambert / Pfizer (1998-2008)
    • Diverse functies binnen corporate & public affairs
    • gedelegeerd bestuurder Pfizer Belux en coördinatie activiteiten in België (2009)
 

Volg ons: rss linkedin twitter

Denktank VKW Metena

VKW Metena is een onafhankelijke denktank die met inhoudelijk studiewerk wil bijdragen tot het maatschappelijk en economisch debat rond welvaart en welzijn.

Meest recente artikels