Regulatoren verre van zeker van hun stuk
Geschreven door Jo Cobbaut   

Een panel met interessante economen introduceerde recent Johan Van Overtveldts nieuwste boek. Peter Praet, een regulator op internationaal topniveau, stal de show met een resem boutades. Tegelijk hoorden de paar honderd aanwezigen ook een onheilspellende ondertoon: regulering wordt bijzonder moeilijk.

Met Peter Praet in een panel verwacht je een eerder saaie en technische uiteenzetting. De man is immers niet alleen directeur van de Nationale Bank, maar ook lid van het Basel Committee on Banking Supervision en diverse andere comités die te maken hebben met toezicht op het financieel systeem op Europees niveau. Praet ontpopte zich echter tot een entertainer, al gaf hij tegelijk en impliciet een wat verontrustende boodschap mee: maatregelen om de financiële sector te reguleren, lijken soms evident, maar eigenlijk zijn hun effecten onvoorspelbaar.

Systemisch

Zo lijkt het onbetwistbaar dat sommige banken te groot zijn en een systemisch risico betekenen. Maar wat is ‘systemisch’, zo reageerde Praet: "Wat zeg ik tegen Josef Ackermann, de CEO van Deutsche Bank? Moet zijn bank van 2,5 miljard er een worden van 1,5 miljard? Of een van 500 miljoen? In wat voor omgeving zie je ons dan functioneren?" Het businessmodel van de bank in kwestie, de kwaliteit van het risicobeheerssysteem, de kwaliteiten van de risico’s op de balans en andere factoren spelen waarschijnlijk een belangrijkere rol. Misschien is de grootte van een bank een al te simplistisch criterium. In elk geval herinnert Praet aan de problemen met de vele kleine bankjes in de ‘savings- and loancrisis’ (eind jaren ’80 in de VS; nvdr.), waar veel kleine banken blootstonden aan hetzelfde risico en tegelijk ten onder gingen. Of aan de vele kleine Duitse Landesbanken, die als eerste last kregen van de financiële crisis. "Er spelen ook problemen van interconnectie en van vervangbaarheid. Als er een wegvalt, kan een hele ketting breken", aldus nog Praet.

Zeepbellen

Je hoort ook dikwijls dat centrale bankiers iets zouden kunnen doen zodra zich een zeepbel vormt. Alleen vindt Praet het niet zo evident om te zien wanneer er sprake is van overdrijving? "In de VS bijvoorbeeld waren de vastgoedprijzen minder sterk gestegen dan in België, dus op zich leek er niets aan de hand?" Nu weten we natuurlijk dat de onderliggende contracten aan de basis in de VS heel slecht waren. "Maar dat wist de regulator toen niet. Hoe diep moet de regulator gaan met controles?" Zelf heeft Praet in 2005 gereageerd op de scherpe prijsstijgingen van het vastgoed in België. De dag nadien oogstte hij "een storm van reacties".
Voor Geert Noels (Econocom) is het toch evident dat een sector als die van de Credit Default Swaps voor perverse effecten heeft gezorgd. Deze verzekeringsproducten vertegenwoordigen gigantisch veel geld en vertonen speculatieve kenmerken. In sommige situaties zijn schuldeisers meer gebaat met een falen van het bedrijf waartegen ze verzekering gekocht hebben, dan met een gezond bedrijf. Ook nu wikt en weegt Praet: "Wat stelt men voor? De informele handel, de zogenaamde handel ‘over the counter’, verplaatsen naar formele handelsplatformen. Met andere woorden, duizenden kleine transacties centraliseren in één clearinghuis? Ik denk dat het die richting uit moet, maar tegelijk is één ding zeker: als een instantie ‘too big to fail’ zal zijn, dan is het wel die."

Risico’s weggerationaliseerd

Regulator Peter Praet erkent dat men te laat de plotse liquiditeitsproblemen van de banken zag aankomen. En de Basel II-criteria waren nog niet van kracht. "Naar een paar mensen in het Basel-comité werd ook onvoldoende en te laat geluisterd. Ik heb zelf vrij vroeg gezegd dat het waanzin is om banken zich ongebreideld te laten ontwikkelen zonder een scenario voor als het misloopt. Nu stelt men vast dat de nationale budgetten te klein zijn en dat er geen internationale samenwerking is, noch wetgeving inzake faillissementen… België heeft evenmin een beheersproces voor als er iets fout loopt met een grote bank…"
André Sapir (ULB en Solvay Brussels School) kan enig begrip opbrengen, maar kijkt ook in de spiegel. Sapir: "Wat economen zoals ik hadden moet zien, was het waanzinnig groot aandeel van de financiële sector in de hele economie. Voor de crisis was de sector in de VS goed voor pakweg 35% van de economie en dat in een nochtans zéér gediversifieerde economie zoals de Amerikaanse. Voorheen was dat eerder 10 procent. Voor het Verenigd Koninkrijk, met zijn veel minder gediversifieerde economie, is dat trouwens een reëel probleem." Men zag wel afwijkend gedrag en bepaalde anomalieën, maar men dacht dat dit op conto kwam van de globalisering, de technologie en de financiële innovatie. Op basis daarvan rationaliseerde men het fenomeen van de ongewoon lange tijd dat de intrestvoeten zo laag bleven, zo meent professor Sapir. "Denk even terug aan de jaren ’20, voorafgaand aan de recessie. Net zoals we toen de ‘roaring twenties’ hadden, kregen we nu de ‘roaring nineties’. Optimisme en zin voor risico is goed, maar wat is te veel?"

Risicoappetijt

Iets wat Peter Praet herkent en in zijn omgeving ook ondervond. Volgens hem hebben het Basel-comité en andere instanties wel geprobeerd, maar in samenspraak met grote banken en instituten. "We hebben ze gevraagd naar ‘best practices’ maar toen we op basis daarvan wat restricties voorstelden, kregen we de hele sector tegen."
En het is niet alsof er niets aan de hand is. Peter Praet ziet weer onrustbarend veel risicoappetijt. Ook Geert Noels ziet hoe heel veel institutionele beleggers wanhopig op zoek zijn naar rendement in deze omgeving met lage rentes. "Er heerst weer een mentaliteit waarin iedereen wijst naar iedereen: zij doen het ook." En het is die mentaliteit die zorgde voor de problemen. Daar moet de centrale bank de juiste incentives geven; een rente van 1% is voor een sparende bevolking zoals de Europese op zich al een belasting.
Regulator Praet wikt en weegt ook hier: "Wat willen we doen? We moeten eigenlijk vat krijgen op de psychologie van de massa. Voor de crisis dacht ik dat een zekere mate van onzekerheid en gekheid nodig is om vooruitgang te boeken, dus je mag dat niet honderd procent onderdrukken. Nu denk ik dat minder. Er is wat blind vertrouwen nodig om vooruitgang toe te laten, maar in welke mate mag de staat aan de massa opleggen hoever ze mag gaan in haar vertrouwen in een bepaalde optie? Nu denk ik daar toch anders over. Jan met de Pet is gevaarlijk. Al sedert een vorige zeepbel in 1999 roep ik geregeld op tot voorzichtigheid. Ik kreeg overal te horen dat ik veel te ‘bearish’ was. Ik gaf ooit een toespraak voor een zaal beleggers in Antwerpen, waarin ik weer opriep tot voorzichtigheid. Weet je wat er na mij kwam? Een prijsuitreiking. En de eerste prijs was voor een belegger met een rendement van 200% in een of ander exotisch land en in een even exotisch product. En dan zit jij daar als een idioot op te roepen tot voorzichtigheid."

 

Volg ons: rss linkedin twitter

Denktank VKW Metena

VKW Metena is een onafhankelijke denktank die met inhoudelijk studiewerk wil bijdragen tot het maatschappelijk en economisch debat rond welvaart en welzijn.

Meest recente artikels